
Naast mij op de grond ligt een vleugeltje van een es. Het roze randje langs het verse groen kietelt mijn oog. Mijn handen pakken het op, het vleugeltje voelt zacht en vers. Terwijl in de takken boven mijn hoofd zijn soortgenoten rustig wapperen in de wind is dit exemplaar een paar seizoenen te vroeg naar beneden getuimeld. De bruine verdroging is nog niet ingetreden en maakt dat dit vleugeltje nog niet vliegen kan en voor een plekje op mijn neus is het ook nog niet geschikt. Ik stop het in mijn zak, plak het in een boek en teken het na. Twee vleugeltjes op papier, om te bewaren, te vergeten en ooit weer tegen te komen op de bladzijdes van mijn boek.