Verhalen

Het beeldend werk dat ik maak gaat vaak in gesprek met de (ultra) korte verhalen die ik schrijf. Hieronder een kleine selectie.


  • Een tros ballonnen
    Een tros ballonnen in haar handen een zuchtje wind doet haar vliegen de straat beneden vol lege schaduwen verloren lost kwijt
  • Vergeet en droom
    Vergeet toch de grijze wolken Vergeet toch de regen Vergeet de valse tonen Vergeet de vale kleuren  Vergeet wat nog ging komen Vergeet wat nooit is geweest Droom van lange dagen Droom van zuchten in de wind Droom de zonneschijn op hoge daken Droom de lach in donkere uren Droom wat de weg je gaat schrijven Droom wat is geworden van wat ooit zou zijn
  • Stenen van fluweel
    ” De stenen zijn tot fluweel veranderd door het dreunen van duizend druppels. Water daalt grommend tot de bodem waarna het grommen dwarrelen wordt. “
  • Zij
    De geur van verkoold hout vliegt door de ramen van de stal. Haar handen tasten door het donker, de stoffige laag maakt haar vingertoppen doof voor de kieren in de balken van het dak. Ze is hier een uur, een dag, een week. Ergens is haar stem verstomd, het tellen van de tijd gestopt. Alleen haar neus kan nog zien. Ze ruikt de geuren van de wereld die hier ooit was. De koeien, de boter,…
  • Waterwol
    Als de wind waait lijkt het water rustig. Gevuld van warme lucht, trilt de ijle hoogte als een verloren zucht boven de zee. Elk golfje, diep beneden, rijgt zich tot een lange draad van waterwol. Plots briest en blaast het waterbeest, wachtend op de zilte wind die temt. Aan de kust het strand, waar kleine scherfjes geluk, verdraagzaam wachtend, verstopt liggen onder een dun laagje zand.
  • Scholver
    Vergaand land, klaar om opnieuw gevonden te worden. Niets, zo gebogen als het hout van paal nr.6. De Scholver speurt, hij loert, hij zoekt de geur van die ene vis daar verder in het nat. Het natte land zakt dieper in het slek, geen man, geen vrouw, alleen de gekromde splinters van het hout. Het zilte water neemt, ontlijft het land, terwijl de Scholver zijn hongerige eenzaamheid vult.
  • Enkele reis
    Zelfs de vogels vallen stil Langs de lijnen van de trein Onder de betonnen bielzen Drek van lagen dik. Het landschap leeg, Verlaten, Op het kaartje Van de enkele reis.
  • De zwaluw
    Droom kleine zwaluw, droom. Vlieg door de straten. Laat vleugels vol veren dansen op het ritme van de wind. De wind die altijd waaien zal.
  • Struis in de polder
    Struis in de poel, een dame met voeten in de klei.
  • Bosvrouw
    In het bos zonder paden dwarrelt een eenzaam licht door het gebladerte. Op de schouder van de vrouw een vallend blad. In haar handen een wolk van kleur waarbij het woud verbleekt. Elk rood blaadje eindigt als een zwarte schaduw aan haar voeten. Ze heeft haar ogen gesloten, stapt over een stam. Zonder te weten wat zich dieper in het woud verschuilt volgen haar voeten de schaduwen op de grond. Een schim in de verte roept…
  • De boekendraak.
    In het boek op zijn bureau wordt de wereld geboren. Met zijn tong tussen het spleetje van zijn tand reist hij op de rug van een draak de boeken in. De werkelijke wereld, vol stof, razernij en grote dingen waar hij te klein voor zou willen zijn, verbleekt zodra de letters dansen. Hij praat met zijn boeken, elk verhaal fluistert hem terug. Stap voor stap vormen er woorden in zijn hoofd, die vanuit het boek…
  • Pas de deux
    Ze danst zonder te kijken op de klanken van het spoor. Ze springt, vliegt, draait, valt, tolt. Haar lichaam ruist, in elke beweging verschuilt een nieuw verlangen. Ze danst haar lied dat groter is dan zijzelf. De stad geeft haar vleugels, voedt haar lijf met oneindigheid. Ze rent zonder te vertrekken, zonder te gaan. In haar beweging staat ze stil, de stad raast door. Haar ruisen en de stad vormen een pas de deux die…
  • Turen aan de horizon.
    Wanneer je turend naar de horizon kijkt, wil je varen op de golven van de zee. Als de wind dan waaien gaat en zelfs de meeuwen liever lopen gaan, is het tijd om af te meren.Op zoek naar wat de golven zullen brengen. En als je uiteindelijk de wind, de golven en het tij tot instrumenten hebt gemaakt die je kunt bespelen als een volleerd muzikant, dan weet je weer hoe stil en mooi het…
  • Lentedans
    Ze beweegt als de wind. Draaiend danst ze waar haar voeten gaan, schijnbaar doelloos, volgestopt met onbevangen richting. Terwijl ik zittend op mijn bankje als een oude eik haar deinen volg. Haar dansen doet mij strammer lijken. Toch herkennen we elkaar in de korte twinkeling van onze ogen. Dat wat ik al weet en zij nog leren zal bestaat niet meer. Haar blik geeft mijn botten even wat nieuw leven. Mijn stok begint te tikken…
  • Dansen op de wind.
    Op een koude december ochtend bezoek ik de vogels op het duin. Het eerste ochtendlicht speelt met de nevel die zachtjes opstijgt uit het zand, twee meeuwen ruziën om een restje vis. Wat verderop zoekt een groepje strandlopers naar een hapje pier. Stil kijk ik toe. Ik ruik het zand, de vogels en het wad. Mijn longen vullen zich met de ijle, koude adem van de winter. Een klein prikkend waterzonnetje maakt alles om mij…
  • De dans van afscheid.
    Nog geen uur geleden wuifde alles in haar lijf van opgewondenheid. Zijn laatste kus nog op haar hand. Daar op de kade danst ze nu het eeuwige lied van afscheid nemen, in elke handbeweging de belofte van een latere ontmoeting, in haar hart de angst dat deze er niet zal zijn. Ze wuift de dag voorbij om de eenzaamheid te omhelzen, oneindig lijkt de tijd tot zijn volgende eerste brief.
  • De tik op het raam. (Happy halloween)
    Op de muur van de kamer waar in ik verborgen zit, glijden de schaduwen van vogels voorbij. Het vuil op de ruiten is te dik om te kunnen zien hoeveel het er zijn, maar het klapperende geluid van de vleugels is luid genoeg om de kamer te vullen. Ik zie op het behang een dans van schimmen die begrensd worden door de donkere contouren van het raam. Vanuit mijn hoekje in de kamer kijk ik toe….
  • Dromen van de zee.
    “Laten we dromen over zee. Over de golven en de wind. Het water dat altijd beweegt, wat geeft, wat neemt. Bouw een droomkasteel van zand, voel de korrels zout in de palmen van je hand. Hoor de golven bruisen, proef het schuim. Laat het water je dragen als een veertje, laat haar stormen in je hoofd.”
  • Nachtvisser
    “In het water drijven donkere schaduwen. Met mijn knieën opgetrokken probeer ik zo stil mogelijk te zitten bij de rand van mijn boot. De dunne planken onder mijn voeten zijn de enige scheiding tussen mij en de zwarte diepte om mij heen. Uit het water klinkt een droevig maar o zo aanlokkelijk lied. “Nachtvisser, nachtvisser, hoor je mij niet?” Hoe ik hier ben beland? Weet je dat niet? Het was door dat lied, zo zoet en licht, gezongen door rode lippen die…
  • De dronkaard.
    Een goede drinker was hij niet. De ochtend bleek altijd verder weg dan de bodem in zijn glas. Avond aan avond het zelfde verhaal. Zijn eerste glas dronk hij om wakker te worden, het tweede maakte hem blij. Bij drie kwam de moed, voor even maar. Met elke slok werd hij meer en meer de vreemdeling die hij altijd zag, in de spiegelwand van het toilet, tijdens het legen van zijn blaas na een glas of zeven….
  • Tijdreizen
    Ik ben een tijdreizigster, net als jij. Daar waar ik besta is het nu, mijn dromen zijn de reis en mijn verleden zijn de getekenden lijnen op de kaart. Soms dompel ik mij onder in wat vroeger was, nostalgie, walging, warmte en roest, het is er allemaal te vinden. Met een kopje thee in de hand kijk ik naar de lijnen op mijn kaart. Wat ooit begon als 1 lijn splitste zich al snel in…
  • Trilling (of een verhaal in 3 regels)
    Vervuilde beenderige handen omklemmen de stok van onzichtbaar hout. Al uren turen haar ogen naar de horizon, elke schaduw wordt afgetast. De lichte, constante trilling van haar adem verraad haar zachte angst. Avond aan avond staat zij daar, in haar wachten transformeren de bomen van bruin, naar grijs naar groen. Waar zij op wacht is lang vergeten, de trilling in haar adem blijft.
  • Straatmuzikant
    Zijn handen zingen, zijn voeten dansen. De klanken van zijn viool dwarrelen door de straten van de stad. Met zijn ogen dicht swingt hij alle dagen, het hele jaar door. In zijn schoenen zitten gaten van het lopen. Hij is als een vogel, altijd op trek, altijd vol geluid. Als jochie van 14 zong hij over oude cafe’s waar hij later pas zou komen, over vrouwen die hij nog niet kenden over pijn die hij…
  • Kyselka, een verhaal in wording.
    “Alleen hier waar het was kan ik zijn, kan ik slapen, sterven zelfs misschien.” Ik ben oud, de tijd tikt ongenadig door, slokt alles op. Behalve dat. Dat zal er altijd zijn of ik nu wil of niet. Hier zit ik dan, 90 jaar, gerimpeld, lelijk, stinkend, half vergaan. Mocht ik mijn ogen maar sluiten, kon het maar, mocht het maar. De takken zwiepen tegen de deuren voor het krot dat ik mijn thuis noem. Het…
  • De Jas
    Ik ben op zoek naar een verhaal, een verhaal dat zit als een oude jas. Vol gaten met hier en daar een lap. Een jas gedragen in het leven van een oude man. In elke zak verscholen kruimels, draadjes shag en verweerd papier. De stof vol geuren, ranzig, zoet en muf. Die jas, dat verhaal, het moet hier ergens liggen, misschien daar in die hoek? In een van de dozen die nooit werden geleegd? Op…
  • Vogelman
    Dat bosje daar, zie je dat? Daar tussen de takken lag ooit een hoopje veren, donzig, klein en net verlaten. Het werd gevonden door een jongeman, handen als kolenschoppen, ogen die altijd zoekend waren. De handen namen het beestje mee naar zijn stenen huis en brachten het beestje groot. De eerste kruimeltjes brood kauwde hij met zijn kaken voor tot pap, later ving hij wurmen of kocht een kleine vis. Hij kocht een vlieger en…